• Fretten
  • Informatie
  • Frettery
  • Aanbod
  • Links

Inleiding

Algemene waarschuwing

Voor beginnende fretteneigenaren is het verleidelijk om af te gaan op wat je dierenarts zegt over wat je moet doen met fretten op medisch gebied. Hier moet je nóóit zomaar vanuit gaan! Er zijn heel erg veel dierenartsen die nog (helaas) erg weinig verstand hebben van fretten. Als je ervaren bent dan weet je dat je beter je vooraf in kunt lezen en advies kunt vragen aan andere ervaren fretteneigenaren, en met deze voorinformatie naar een dierenarts gaan. De 'domste' fouten kunnen voorkomen zoals de verkeerde entstof gebruiken (levensbedreigend) of de verkeerde informatie verstrekken over het nuchter houden van de fret voor een castratie. Het komt vaker voor dan je denkt en ook bij je vertrouwde dierenarts voor je katten of honden. Ik spreek uit ervaring.

Wanneer je zelf ook geen idee hebt met welk medisch probleem te maken hebt doe je er slim aan naar een dierenarts te gaan die veel ervaring heeft met fretten. Daar kun je dan beter de nodige kilometers voor omrijden.

Lees de informatie op deze pagina door om alle basisregels te leren kennen. Onder links staan dierenartsen waarvan bekent is dat ze goed zijn met fretten. Hieronder ook Hanneke Moorman, de bekendste specialist in Nederland. Je kunt haar altijd bellen of e-mailen als je een second opinion wilt en dit geldt ook als je dierenarts er zelf niet uitkomt.

Index (klik op onderstaand onderwerp)

Beenmergdepressie, inenten, sterilisatie/castratie, castratie, prikpil, hormoonimplantaat, parasieten, het kale staarten syndroom, vreemd voorwerp in de maag, betekenis van ontlasting, temperaturen, misselijkheid, hartfrequentie, gewicht, ademhaling, de interne fret, zorg voor oudere fretten (>5), het AD virus (ADV), operaties, overige ziektes.

Beenmergdepressie

Deze aandoening komt voor bij vrouwtjes die te lang loops zijn. Als een vrouwtje niet gedekt wordt blijft ze 6 maanden lang loops, ongeveer van maart tot augustus. De hoge hormoonspiegels in het bloed veroorzaken een slechte functie van het beenmerg waardoor er minder bloedcellen geproduceerd worden. Dit kan aanleiding zijn tot bloedarmoede, een tekort aan bloedplaatjes waardoor bloedingen en infecties zoals een baarmoederontsteking. Loopse vrouwtjes kunnen al vanaf 2 maanden na het begin van de loopsheid, tengevolge van deze aandoening sterven. Meestal duurt het wat langer voor er ernstige problemen ontstaan en sommige fretjes zijn jaar in jaar uit loops zonder al te grote problemen. Eigenaren die deze complicatie niet kennen gaan meestal te laat naar de dierenarts. Behandeling is moeilijk en de meeste echt zieke dieren sterven.

Symptomen

Beenmergdepressie

De eerste symptomen zijn een loops fretje met wat slijmerige uitvloeiing uit de vagina, gewichtsverlies, te bleke slijmvliezen en kaalheid onder de buik en van de staart. In de ernstige, meestal fataal verlopende gevallen wordt de fret lusteloos en wil niet meer eten. Er kunnen diverse bloedingen in de huid optreden, het dier kan verlamd raken en er kunnen een baarmoederontsteking of longontsteking ontstaan.

Hierboven zie je een kaal wordend fretje als gevolg van beenmergdepressie. Ook zie je dat de vacht en huid wat oranjiger zijn als gevolg van het aanmaken van extra lichaamsvet gedurende deze hormonale periode. Zie voortplanting voor meer informatie.

Behandeling

Als de conditie het toe laat, is een sterilisatie de beste oplossing. Bij een zieke fret kan de narcose een te groot risico worden, dan kan een prikpil een goede mogelijkheid zijn om het vrouwtje uit de loopsheid te halen.

Voorkomen

Het beste kunnen vrouwtjes waar niet mee wordt gefokt, gesteriliseerd worden (kijk onder sterilisatie/castratie). Het is ook mogelijk om een hormoonimplantaat te plaatsenbij de dierenarts of een anti-loopsheid injectie (de prikpil) te halen. Kijk onder de desbetreffende onderwerpen voor meer informatie.

Inenten

Nobivac Puppy DP

Je ent je fretje in tegen hondenziekte. Deze enting heet Nobivac Puppy DP. Hier reageren fretjes het minst heftig op. Let er goed op dat uw dierenarts alleen met deze stof ent! Veel dierenartsen geven nog steeds een cocktail enting. Dit is een combinatie van ziektes voor hondenpups en hier zitten veel ziektes in die een fret helemaal niet nodig heeft. Het risico dat een fret hierop reageert is zeer groot, met vaak een dodelijke afloop. Zorg dus dat je alleen Nobivac Puppy DP laat gebruiken en leg hier de nadruk op wanneer je de afspraak maakt en wanneer de enting plaats vindt.

Wanneer?

  • als pup zijnde 2 keer (voor een extra prikkeling, 3 à 4 weken van elkaar)
  • daarna jaarlijks

Een pup kan in principe vanaf 6 weken geënt worden, mits de gezondheid goed is! Het kan daarom zijn dat je pupje van zijn fokker al zijn eerste enting heeft gehad op het moment dat je hem/haar aanschaft. Een 2e enting volgt 3 à 4 weken na de eerste enting dus die moet je nog wel doen. Het maximum tussen de 1e en 2e enting is 6 weken. Wacht je dus te lang, is de 1e enting niet geldig meer.

Wanneer je pup nog niet bij de fokker is geënt dien je de pup rond 9 weken zijn eerste enting te geven. Net als hierboven volgt dan een 2e enting volgt 3 à 4 weken na de eerste enting.

Vervolgens ent je de fret jaarlijks. Er zijn enkele fretteneigenaren die de enting nog maar eens per 2 jaar herhalen, maar hierover zul je je persoonlijke mening moeten vormen en ook zeker de risico's kennen.

Een volwassen fret die nog nooit geënt is volgt ditzelfde schema. Ook deze heeft de eerste maal een extra prikkeling nodig, en vervolgens de jaarlijkse herhaling.

Kosten

Inenten kost meestal zo'n € 32 per fret en ongeveer € 28 per 2e fret.

Sterilisatie (of eigenlijk castratie van een moertje)

Wanneer?

Een vrouwtje dat niet voor de fok wordt gebruikt, kan het beste worden gesteriliseerd zodra zij loops wordt. Dit zal normaliter in het eerste voorjaar na haar geboorte zijn, meestal tussen maart en mei. Het begin van de loopsheid wordt gekenmerkt door zwelling van het geslachtsdeel, de vulva, tot een koffieboon groot (kijk voor meer informatie onder voortplanting). De theorie is al jaren: des te jonger je een fret castreert, hoe meer kans op bijniertumoren. Vandaar dat het advies nog altijd is de sterilisatie te doen zodra het noodzakelijk is: zodra het moertje loops wordt. Steriliseren kan ook voor de loopsheid, maar er is geen enkel bezwaar om het tijdens de loopsheid te doen. Dan wel het liefst uiterlijk 2/3 weken in de loopsheid en zeker niet wachten tot de loopsheid voorbij is! Als vrouwtjes te lang loops zijn krijgen ze problemen met beenmergdepressie (zie bovenaan deze pagina). Een moertje dat niet loops is is niet vruchtbaar, maar dient vanwege dat rammen eerder bronstig worden (zie castratie) niet bij ongeholpen rammen in dezelfde kooi gehouden te worden. Heb je ook een ongeholpen ram bij het moertje gehuisvest? Zorg er dan voor dat hij op tijd geholpen wordt.

Hoe gaat de operatie in zijn werk?

De operatie wordt via een snede achter de navel op dezelfde wijze uitgevoerd als bij de kat. Het is belangrijk dat de dierenarts goed oplet dat beide eierstokken volledig worden verwijderd. Het komt nogal eens voor dat een restant blijft zitten waardoor de fret weer loops wordt na de operatie of in het volgende seizoen, met alle risico's van dien. Ook kan een restant ervoor zorgen dat er tumoren ontstaan op latere leeftijd. Een dierenarts die ervaring heeft met de castratie van moertjes is dus van groot belang.

Nuchter houden

Let er goed op wat je dierenarts over nuchter zijn verteld! Als je je fretje 's ochtends vroeg rond 9 uur brengt willen ze nog wel eens zeggen dat je de avond ervoor moet stoppen met eten geven. Hier is niets van waar! Een fretje heeft een kort darmenstelsel en is na 4 uur al weer nuchter. Als je je fretje dus 's ochtends moet brengen haal dan rond een uur of 5 's ochtends zijn voerbakje weg.

Hechtingen

Fretten komen anders dan poezen niet aan hun hechtingen. Ze maken alleen regelmatig de wond schoon. Hechtingen worden er een week of later na de operatie kosteloos uit gehaald door de dierenarts of door jou zelf. Soms gaan ze ook vanzelf er uit. Naast uitwendige hechtingen wordt tegenwoordig ook vaak inwendig gehecht, dit zijn oplosbare hechtingen en dus echt ideaal. Na de operatie kun je het springen het beste zoveel mogelijk belemmeren.

Hier zijn twee voorbeelden van hechtingen. De eerste Sjos, die een uitwendige hechting had, en de tweede Skittle, die inwendige oplosbare hechtingen had en waarvoor je dus niet terug naar de dierenarts hoeft. Het silver is een ontsmettingsmiddel op volledig natuurlijke basis. Moderne klinieken gebruiken deze wijze van hechten inmiddels standaard.

Hechtingen

Kosten

Een sterilisatie kost meestal tussen de € 75 en de € 120 (gemiddeld zo'n € 80 à € 90).

Het verschil tussen steriliseren en castreren

Onder ervaren fretteneigenaren wordt het steriliseren van het moertje castreren genoemd. De term steriliseren wordt echter gebruikt omdat deze beter bekend staat vanuit de maatschappij. De sterilisatie van een moertje is echter eigenlijk een castratie. Hieronder een opheldering:

Sterilisatie: het doorknippen van de leiders naar de ballen of de eierstokken (met als risico dat deze weer aan elkaar groeien). Wat betreft mannetjes houden deze de ballen dus wel, en dus ook de voortplantingsdrang, maar er kunnen geen pups verwekt worden. Hiermee worden vrouwtjes dus alleen schijndrachtig.

Castratie: is het compleet verwijderen van de ballen of de eierstokken (in sommige gevallen ook gehele baarmoeder).

Zowel een mannetje als een vrouwtje dienen dus gecastreerd te worden, omdat er anders een groot risico bestaat dat de leiders weer aan elkaar groeien. Dit is de reden waarom ervaren fretteneigenaren zeggen een vrouwtje te castreren. Denk overigens niet dat als je jouw moertje hebt laten steriliseren je dierenarts het verkeerde heeft gedaan, want in de volksmond heet deze castratie een sterilisatie. Ook op de site hou ik dit begrip aan omdat dit hieronder bekent is. Hoewel het dus zo genoemd wordt, wordt er eigenlijk een andere ingreep verricht.

Castratie

Wanneer?

Een mannetje waar niet mee wordt gefokt, kan het beste worden gecastreerd op 8 à 9 maanden leeftijd of ook wel in de castratieperiode: begin december. Een niet gecastreerd mannetje die bronstig is ruikt erg sterk vanwege de aanmaak van extra lichaamsvetten en kan in deze periode niet bij andere fretten gehuisvest worden. Een intacte mannetjes fret zal namelijk elk ander fretje proberen te dekken wat veel onrust en bijtwonden in de nek geeft bij de andere fretten. Daarom castreer je een ram feitelijk als het merkbaar wordt dat de bronst begint (kijk voor meer informatie onder voortplanting). De puberteit geeft bij rammetjes meestal ook al voortekenen van de bronst en soms is het dan nodig het rammetje enige tijd apart te huisvesten. De ram is dan nog niet uitgegroeid, dus probeer dus bij voorkeur te wachten tot het mannetje 8 à 9 maanden is of wacht niet langer dan t/m december gezien de bronstperiode dan van start gaat. Het hormoonimplantaat wordt sinds 2010 wel geplaatst bij rammen vanaf soms al 14 weken. Wanneer je een ram in de puberteit hebt met dusdanige voortekenen van de bronst en je kunt/wilt hem niet apart zetten, kijk dan onder hormoonimplantaat voor meer informatie.

Hoe gaat de operatie in zijn werk?

Castratie is een relatief simpele ingreep en gebeurt op dezelfde wijze als bij een kater. Het belang van een goede dierenarts is dus minder groot dan bij een sterilisatie.

Nuchter houden

Let er goed op wat je dierenarts over nuchter zijn verteld! Als je je fretje 's ochtends vroeg rond 9 uur brengt willen ze nog wel eens zeggen dat je de avond ervoor moet stoppen met eten geven. Hier is niets van waar! Een fretje heeft een kort darmenstelsel en is na 4 uur al weer nuchter. Als je je fretje dus 's ochtends moet brengen haal dan rond een uur of 5 's ochtends zijn voerbakje weg.

Kosten

Een castratie kost meestal rond de € 45.

Prikpil

Met de prikpil kun je de loopsheid tijdelijk uitschakelen. Normaal gesproken haal je de prik 1 keer en kun je de loopsheid uitschakelen tot het volgende jaar. Het wil echter vaak voorkomen dat de loopsheid soms na 1 maand al weer terug komt en dat door deze injectie een grotere kans op baarmoederontsteking ontstaat.

Fretteneigenaren hebben vele verschillende meningen over de prilpil. Voor sommigen werkt deze erg prettig, anderen zijn van mening dat het het moertje een flinke oplawaai geeft in haar hormonensysteem waardoor dus zaken zoals baarmoederontstekingen op een dodelijk snelle manier kunnen ontstaan en anderen hebben ook daadwerkelijk hun moertje verloren aan een prikpil.

Denk dus niet te licht over een prikpil en lees je zeer goed in in medische stukken en ervaringen van fretteneigenaren alvorens hiervoor te kiezen.

Sommige fretteneigenaren gebruiken de prikpil als ze nog niet direct het 1e jaar een nestje willen van hun moertje en laten de loopsheid eenmalig verdwijnen om beenmergdepressie te voorkomen. Vanwege de negatieve effecten worden echter vanuit de fok sinds ongeveer 2008 steriele rammen ingezet.

Hormoonimplantaat

De Universiteitskliniek in Utrecht is zo'n 6 jaar geleden bezig geweest met onderzoek naar bijniertumoren bij fretten en de mogelijkheid om deze te voorkomen. Uit eerder onderzoek is namelijk naar voren gekomen dat castratie of sterilisatie waarschijnlijk een rol spelen bij het ontstaan van bijniertumoren. Daarom is Nico Schoemaker op de Universiteitskliniek bezig geweest om naar alternatieven voor castratie/sterilisatie te zoeken.

Uiteindelijk hoorden we van dit onderzoek in de frettenwereld nog vrij weinig resultaten, omdat er nog niet snel baanbrekende resultaten kwamen. Het onderzoek blijft echter voortduren. Het implantaat blijkt tot op heden wel degelijk een goed effectief alternatief voor castratie en sterilisatie en fretten bleken hierdoor wel degelijk wat langer te leven, maar er waren wel enkele bijwerkingen. De implantaten zijn intussen goed bij alle dierenartsen te krijgen. Meestal wordt de 2-jarige variant gezet, met name bij oudere fretten: Suprelorin 4,7 mg.

Eén van de bijwerkingen is dat het implantaat voor een korte piek in hormonen zorgt na het zetten. Met name bij moertjes kan dit heel vervelend zijn omdat dit kan leiden, zeker als het moertje al loops was, tot een schijndracht. Vanwege sociale problemen in de groep kunnen zij beter apart gezet worden. Het implantaat wordt daarom bij voorkeur in december of januari volgend op de geboorte van het moertje geplaatst, maar kan na het inbrengen gedurende één week loops worden. Daarom castreren (in de volksmond steriliseren) zoals vanouds de meeste ervaren eigenaren nog altijd hun moertjes.

Voor rammen blijkt het implantaat voor velen echter wel degelijk een goed alternatief. De piek is bij hen niet zo'n issue en ook voor de echt lastige pup- of puberteitsklanten vormt het een prettig alternatief. Het implantaat kan namelijk vanaf 3-4 maanden al gezet worden. Ook bij een ram verdient het echter de voorkeur om het implantaat voor de bronst te laten zetten, uiterlijk begin december. Eenmaal bronstig duurt het geregeld bij een ram, door de extra piek van hormonen, een stuk langer alvoor de bronst weer weg trekt.

Het implantaat biedt verder de mogelijkheid om, nadat deze is uitgewerkt na 2 jaar, weer te fokken met de fret. Daarnaast is er geen operatie en narcose voor nodig, wat naast gezonder en minder risicovol ook noodzakelijk is voor oudere, zieke of verzwakte fretten. Het implantaat blijkt ook nog eens effectief bij fretten die bijniertumoren hebben.

De kosten van een 2-jarig implantaat liggen bij de meeste dierenartsen rond de €75,- en is daarom wel duurder dan castreren/steriliseren. Het plaatsen van een implantaat lijkt op die van een chip. Het implantaat wordt ingebracht met een naald en is heel iets groter dan een chip. Het implantaat wordt vaak ingebracht in de nek of tussen de schouders.

Het is mogelijk om je fret zowel te castreren als een implantaat te laten hebben. Wanneer er bijniertumoren worden vastgesteld kan dit aan de orde zijn, maar ook als deze vermoedt worden kan preventief een extra implantaat gezet worden. Ook andersom is het in Nederland meer dan eens voorgekomen dat een implantaat niet blijkt te werken en een ram alsnog bronstig is geworden. In dat geval kan de ram alsnog gecastreerd worden of wanneer de voorkeur voor een hormoonimplantaat blijft, kan er veilig een tweede bijgeplaatst worden. Hou er wel rekening mee dat de ram dan al bronstig is en het lange tijd duurt voordat deze zal gaan werken. Indien je problemen hebt met een implantaat dat niet werkt kan je dierenarts contact opnemen met de fabrikant van het implantaat. Stel bij voorkeur Nico Schoemaker op de hoogte van het probleem en de omstandigheden.

Lees hier meer over het hormoonimplantaat op de pagina van de Frettenkliniek (Hanneke Moorman).

Parasieten

Vlooien

Fretten kunnen net als veel andere dieren vlooien krijgen. Wanneer je ook andere dieren zoals katten en honden in huis hebt is deze kans het grootst. Wanneer dit zo is, behandel dan de fretten tegelijkertijd met je andere dieren. Wanneer je alleen fretten hebt zorg dan dat je enkele keren per jaar preventief behandeld (zie hieronder).

Oormijt

Oormijt

Fretten zijn zeer vatbaar voor oormijt en het is dan ook belangrijk je fret hier regelmatig op te controleren en preventief voor te behandelen (zie hieronder). Oormijt is een parasiet die je normaalgesproken niet met het blote oog ziet, omdat deze heel diep zitten. Normaliter maakt een fret bruinig oorsmeer aan. Wanneer het oorsmeer zwarte stipjes bevat, zwart is of er zelfs veel van is is oormijt waarschijnlijk de oorzaak.

Oormijt kun je ook herkennen wanneer je fret regelmatig gericht aan zijn of haar oor krabt. Dit is ander gedrag dan normaal krabben bij jeuk, wat ze meestal onderaan de buik doen.

Ben je bang dat je fret oormijt heeft? Maak dan even een ommetje langs de dierenarts om je fret te laten controleren op oormijt. Deze kan met een speciaal apparaatje verder in het oor kijken.

Ontwormen

Preventief ontwormen is niet nodig voor fretten, omdat ze er zelden tot nooit last van hebben. In tegenstelling tot bijvoorbeeld katten krijgen zij niet een bepaald stofje mee in de moedermelk die dit veroorzaakt.

Wormen Toch kan het zo zijn, bijvoorbeeld door een vlo, dat je fret toch wormen heeft. Dit kun je bijvoorbeeld zien aan de ontlasting (zie hiernaast een plas met lintwormen). Ook kan het zijn dat je fret magerder wordt. Laat het dan door de dierenarts controleren alvorens te gaan bestrijden want je wilt eerst zeker weten met welk type worm je te maken hebt en welk middel hiertegen bestrijdt. Ga niet ontwormen met middelen uit de dierenwinkel.

Voorkomen en bestrijden

Er worden meestal 2 verschillende soorten middeltjes gebruikt door fretteneigenaren die geschikt zijn voor fretten:

Stronghold: tegen vlooien, oormijt en enkele soorten wormen
Frontline: tegen vlooien en teken

Stronghold roze Stronghold heeft dus een bredere werking en ook perfect voor fretten i.v.m. oormijt, aangezien zij hier het meest last van hebben. Gebruik dus bij voorkeur altijd Stronghold. Dit is alleen bij je dierenarts verkrijgbaar.

Voor fretten heb je de roze kitten/pup verpakking nodig. Hierin zitten drie pipetten. Eén pipet is geschikt voor één fret. Heb je minder fretten? Dan kun je Stronghold gerust in de kast leggen om te bewaren voor later in het jaar.

Het 'kale staarten syndroom'

Kale staarten syndroom

Bij veel fretten dunt bij de rui in het voorjaar en de zomer de beharing van de staart behoorlijk uit. De oorzaak is onbekend. Zolang het niet verder gaat dan de staartbasis gaat er niets aan de hand en lost het probleem zich vanzelf weer op als de vacht weer voller wordt naarmate de wintertijd er weer aankomt.

Wanneer de fret wel op andere plekken van het lichaam kaal wordt neem dan direct contact op met de dierenarts. Dit kunnen verschillende bekende frettenziekten zijn.

Tip: Een rauw ei is goed voor de vacht en helpt deze te herstellen en weer zacht en glanzend te maken. Het is niet gezegd dat de kale staart hiermee weg gaat. In de meeste gevallen is dit niet het geval. Maar één keer wekelijks een eitje (niet vaker want het werkt laxerend) is goed voor de vacht. Doe dit bij voorkeur alleen in het seizoen/voorjaar.

Vreemd voorwerp in de maag

Door hun nieuwsgierige aard komt het nogal eens voor dat een fret iets opeet wat niet helemaal de bedoeling is. Vooral allerlei zacht materiaal zoals rubber wordt met name door jonge fretten nogal eens naar binnen gewerkt. Bij oudere fretten zijn haarballen regelmatig de oorzaak.

Symptomen

Braken is niet altijd een symptoom hoewel je dat wel zou verwachten. Echter fretten braken niet gemakkelijk. Meestal eet de fret slecht, vermagerd en is soms misselijk. Soms is er diarree of is de ontlasting zwart. Dit kan soms maanden duren. Als het voorwerp in het darmkanaal vastloopt is de fret acuut ziek en in levensgevaar.

Diagnose

Het voorwerp is niet altijd op een gewone foto zichtbaar. Daarom altijd een contrast röntgenfoto laten maken.

Behandeling

Soms kan met een laxeermiddel voor katten (Kat-a-lax) het vreemde voorwerp worden uitgedreven maar meestal is chirurgie nodig.

Betekenis van ontlasting

Groen: te snelle vertering, bijvoorbeeld door stress of verkeerde brokjes. Wanneer meerdere fretten dit hebben of gedurende langere tijd kan het ECE betreffen (zeer besmettelijke virusinfectie).

Zwart: er zit bloed in. Neem altijd contact op met je dierenarts.

Grijs/geel: Acholische ontlasting (waarbij geen gal aan te pas is gekomen). Er kan sprake zijn van een passagestoornis waarbij chirurgie nodig is. Neem contact op met je dierenarts.

Korreltjes: het voedsel is niet goed opgenomen. Dit komt regelmatig voor bij met name slechte merken frettenbrokken. Soms is het ook enkel tijdelijk aanwezig.

Slijmerig/slijmprop: maag/darmproblemen (ontsteking?). Neem contact op met je dierenarts.

Dit natuurlijk op basis van een gelijke verdeling. Als er fellere kleuren en bepaalde delen van de ontlasting wel normaal is dan heeft je fret iets gegeten wat niet de bedoeling was zoals aan een stukje hangmat, handdoek of groente en fruit (geef dit nooit aan een fret!). Acholische ontlasting kan ook in delen van de ontlasting voorkomen.

Temperaturen

Het kan voorkomen dat je je fret moet temperaturen. Bijvoorbeeld als je hem/haar verdenkt van een ontsteking of bij een oudere fret (vanaf 5 jaar) is het slim om deze geregeld (bijvoorbeeld één keer maandelijks) te temperaturen.

De norm voor fretten is: 38-39°C. Tips:
  • meet als de fret net heeft geslapen
  • koop een snelle thermometer
  • meet ongeveer 1 cm in de anus
  • hou de basis van de staart samen met thermometer vast (de fret ligt op zijn rug over je linker arm, terwijl je met je rechter hand de basis van de staart en thermometer vasthoudt)

Hoger dan 39,5°C? Naar de dierenarts!

Lager dan 37°C?
  • te koude omgevingstemperatuur
  • fret voelt zich niet goed
  • zieke dieren (bijv hartpatiënt)
  • oudere fretten met vermindere thermoregulatie
  • na een narcose

Misselijkheid

Tekenen voor misselijkheid:
  • smakken
  • bek wrijven over de vloer of graven na het eten
  • aan de bek krabben (alsof ze de tanden eruit willen trekken)
  • knarsentanden
  • aan stof knagen
  • braken

Hartfrequentie

Norm: 180-250 slagen p/m

Te hoog: hoger dan 300 slagen p/m
Kan duiden op: koorts, stress, pijn, hartfalen.

Te laag: lager dan 100 slagen p/m
Kan duiden op: geleidingsstoornis in het hart, laag bloedsuiker, onderkoeling, nierfalen, te hoog kalium in het bloed.

Gewicht

Toename gewicht door:
  • meer eten
  • ander eten (waltham papje)
  • normaal in de herfst/winter
  • vocht vasthouden
  • grote milt
Afname gewicht door:
  • minder eten
  • normaal in de zomer (30%)
  • ziekte
  • gebitsproblemen?
  • normaal bij ouder worden?

Ademhaling

Norm: 30-40 keer p/m

Te hoog kan duiden op: longaandoeningen, koorts, pijn.
Te duidelijke ademhaling: altijd ernstig!

De interne fret

Interne fret
  1. Schedel
  2. Kaak
  3. Slokdarm en luchtpijp
  4. Nekwervel
  5. Schouderblad
  6. Wervelkolom
  7. Bovenarm
  8. Onderarm
  9. Voetbeentjes
  10. Long
  11. Lever
  12. Hart
  13. Ribben
  14. Bekken
  15. Bovenbeen
  16. Onderbeen
  17. Staartwervels
  18. Darmen

Zorg voor oudere fretten (>5)

Wees voorzichtig met voeromschakeling. Probeer wanneer mogelijk prooidieren te voeren. Probeer stress te beperken. Zet absoluut geen jonge fretten meer er bij in de groep! Hier kan de fret aan overlijden. Voer de fret wanneer ouder dan 7 jaar 1 maal daags bij. Niet vaker, want dan kan het zijn dat de fret zijn normale voeding ervoor laat staan! Geschikte bijvoeding voor oudere fretten:
  • Waltham (hoewel plantaardig en hoog ik suikers wijst de praktijk uit dat de fret hier duidelijk langer van leeft)
  • a/d blikvoer
  • leer de fret aan uit een spuitje te eten

Wil je medicatie door deze voeding mengen en heb je meerdere soorten medicijnen? Wees dan voorzichting: niet alle medicijnen mogen samen gegeven worden! Raadpleeg dus altijd eerst je dierenarts.

Het AD virus (ADV)

Het AD virus vindt zijn oorsprong in Nieuw Zeeland. Geïmporteerde fretten hebben deze ziekte ook naar Nederland gebracht. Het is gedeeltelijk te vergelijken met het aids virus.

Veel is er niet bekend over deze ziekte maar gevaarlijk is hij zeker. De grootste uitbraak vond plaats in 2005 en vanaf toen is er intensief getest door fretteneigenaren in heel Nederland. Sinds 2008 is de ravage enigszins gekalmeerd nu de meeste fretten getest zijn. Echter is het nog altijd van groot belang dat wanneer je een fret in je bezit krijgt die nog nooit getest is je deze fret zo snel mogelijk laat testen en gescheiden houdt van andere fretten.

Symptomen

Positief geteste fretten kunnen niet meer bij andere fretten gelaten worden. Een positief geteste fret zal waarschijnlijk op den duur doodgaan aan deze ziekte zonder dat ze ziektesymptomen hoeven laten zien. Het lijkt vaak alsof de fret spontaan een hartaanval heeft gekregen en met name bij jonge fretten waarbij dit gebeurt is de kans groot dat het ADV is geweest.

Behandeling

Er bestaat géén behandeling en géén vaccin voor deze ziekte. Positief geteste fretten moeten dus of geïsoleerd worden met andere positief geteste fretten (dit vergt heel veel verzorging en voorzorgsmaatregelen), maar veel van deze fretten worden ook afgemaakt omdat dit soort huizen vaak al vol zitten.

Testen

De test die afgenomen kan worden op ADV uit te sluiten is genaamd de CIEP test. Hiervoor moet bloed worden afgenomen bij je fretje (dit kan via de nagel of via een lichte narcose), die vervolgens moet worden opgestuurd naar een laboratorium. Er bestaan jaarlijkse regionale testen (neem contact op voor meer informatie) maar je kunt ook bij je dierenarts bloed laten afnemen. Deze gebruiken meestal een lichte narcose of ook wel roesje genaamd, wat een groter risico vormt dan de nagel in knippen. De CIEP test geeft geen 100% garantie, maar is wel de enige manier om te testen. De betere opvangen en fokkers voeren deze test standaard uit.

Test niet te dicht op een enting

Hou er met pups rekening mee dat de antistoffen die zij aanmaken na een enting de test heel erg kunnen beïnvloeden. Tussen een enting en de test moet het liefst minimaal 4 weken zitten. Deze informatie is afkomstig van Hanneke Moorman.


Lees meer over ADV in de verslagen van Hanneke Moorman.

Operaties

Het is van groot belang dat de juiste narcose gebruikt wordt voor een fret. Wil je weten welke voorbereiding en nazorg er nodig is of welke zorg een ouder fretje nodig heeft voor een operatie? Klik dan hier voor gedetailleerde informatie.

Overige ziektes

Voor de veelvoorkomende ziektes bij fretten verwijs ik je graag door naar de Frettenkliniek van Hanneke Moorman. Hierop staat altijd de meest recente informatie an alles wat je wilt weten over deze ziektes. Volg de links voor de betreffende ziektes:

Hartaandoeningen. Over aangeboren hartaandoeningen, dilatoire cardiomyopathie (DCM) en hypertrofische cardiomyopathie (HCM).

Nierproblemen. Over nieraandoeningen.

Blaasproblemen. Over blaasaandoeningen.

Huidaandoeningen. Over kaal worden, vlooien, ontsteking in de nek, schimmelinfectie, brandwonden en huidtumoren.

Anaalklieren. Over anaalklieren bij fretten, ontstoken anaalklieren en anaalkliertumoren.

Bijnierproblemen. Bij veel fretten vanaf 3 jaar leeftijd gaan de bijnieren ontaarden. Deze ontaarde bijnieren gaan op een gegeven moment teveel geslachtshormonen produceren (androgenen, oestrogenen en progesteron). Deze overmaat aan hormonen maken de fret ziek. Bijniertumoren zijn een zeer veelvoorkomende ziekte bij fretten.

Insulinomen. Kleine tumortjes in de alvleesklier. Insulinomen zijn een zeer veelvoorkomende ziekte bij fretten.

Hondenziekte. Niet geënte fretten gaan vrijwel allemaal dood hieraan. Een iets mildere vorm kan voor komen ten gevolge van het gebruik van verkeerde entstoffen.

Lymfoom. De meest voorkomende tumoren bij de fret.

Daarnaast worden veel voorkomende ziektes ook goed en duidelijk besproken op de website van de Frettenstichting, de grootste en meest ervaren opvang in Nederland.

Zoeken

Zoeken binnen deze site
Wat staat waar?

Wat is een fret?

Introductie v/d fret
Frettenfeitjes
Misverstanden
Ben jij geschikt voor fretten?

Algemeen

Huisvesting
Verzorging
Opvoeding
Gedrag
Medisch
Voeding
∠ Natuurlijke rauwe voeding
∠ Frettenbrokken
Reizen en vakanties
Fretten met andere dieren
Activiteiten met je fret
Overleden maatje
Frunzen
Veelgestelde vragen

Aanschaf

Voorbereidingen
Belangrijke beslissingen
Aanschaf volwassen fret
Aanschaf pup
Aanschaf maatje

Ervaren

Frettenkleuren
Voortplanting en fok
Fretteren

Overig

Frettennamen
Frettencode

Home | Forum | Nieuwsbrief | Contact

© 2011 Lelibel. All rights reserved.