• Fretten
  • Informatie
  • Frettery
  • Aanbod
  • Links

De vrouwtjes fret

Vrouwtjes worden seksueel rijp in de lente volgend op hun geboorte, oftewel op 6-12 maanden leeftijd.

Het begin van de loopsheid wordt gekenmerkt door zwelling van het geslachtsdeel, de vulva, tot een koffieboon groot:

Gezwollen vulva

Er zijn moertjes bij wie je uitvloeiing ziet (meestal doorzichtig slijm, maar soms wat bloed). Sommigen ruiken ook sterker.

Als de fret niet gedekt wordt blijft zij zes maanden loops (van maart tot augustus). De eisprong treedt namelijk pas op ná een dekking. Als een fretje niet gedekt wordt, veroorzaken de hoge vrouwelijke hormoonspiegels een verminderde functie van het beenmerg. Kijk voor meer informatie bij beenmergdepressie onder medisch. De fret kan hier uiteindelijk aan dood gaan.

De loopsheid is afhankelijk van de lengte van het daglicht en de temperatuur. Ben jij dus van plan een nestje te nemen, zorg van voor zo natuurlijk mogelijke omstandigheden. Ze je fretten in een ruimte zonder verwarming, en gebruik in die ruimte ook geen licht. Het houden van fretten in de woonkamer met verwarming, en bijvoorbeeld zelfs het hebben van een kerstboom al, kan invloed hebben op de cyclus van het moertje.

Twee nesten per jaar kan soms mogelijk zijn. Sommige moertjes worden een tweede keer loops na (schijn)zwangerschap en/of zodra de jongen bij haar weg zijn. Wanneer de bronstijd nog niet voorbij is kun je haar in principe een tweede keer laten dekken, maar over het algemeen wordt dit niet erg geaccepteerd omdat er gespeculeerd wordt dat de pups dan niet gezond zijn.

De mannetjes fret

Mannetjes bereiken de pubertijd als ze 5-9 maanden oud zijn. Ze zijn seksueel actief van ongeveer december-februari tot juli-september bij natuurlijke omstandigheden. Ook bij een mannetje is dit afhankelijk van de lengte van het daglicht en de temperatuur (lees hierboven onder de vrouwtjes fret). Mannetjes waar niet mee gefokt wordt, kunnen het beste mits niet eerder nodig begin december gecastreerd worden om de bronst voor te zijn. Castratie maakt ze makkelijker in de omgang en vermindert de lucht die zij verspreiden.

Wanneer je de ram niet castreert zul je deze hoogstwaarschijnlijk apart moeten zetten wanneer hij last van zijn hormonen krijgt. Wanneer je dit niet doet zal hij dekgedrag gaan vertonnen naar de andere fretten en dit levert veel stress op. In de periode dat de ram niet seksueel actief is zal hij ook geen last hebben van zijn hormonen en kan hij ook weer gewoon deelnemen aan de groep. Niet elke ram is geschikt als dekram, al is het alleen maar omdat sommigen het niet verdragen om enkele maanden (5 à 6 per jaar) apart van de groep te moeten zitten. Tijdens de bronstijd sproeit hij niet, maar sleept wel met zijn achterlijf over de grond heen en laat zo een urinespoor achter.

Een ram kan behoorlijk oranje worden van de extra lichaamsvetten die hij aanmaakt. Dit maakt dat Albino's bijna geen Albino's meer lijken en zorgt overigens ook voor de onaangename geur. Hieronder zie je links een ongecastreerde Albino en rechts een gecastreerde naast een ongecastreerde Wildkleur ram:

Ongecastreerde rammen

Er kan natuurlijk alleen succesvol gedekt worden met een vruchtbaar mannetje, dus intact (niet gecastreerd) en met ingedaalde ballen. Je moet dan ook een balzak kunnen zien hangen. In de bronst periode zwelt deze flink op, waar hij in de winter amper zichtbaar is. Bij pups zijn de ballen niet groter dan twee kleine erwtjes.

Fokken?

Wat is de reden dat je met fretten wilt gaan fokken? Wil je eens meemaken hoe het is om een nestje te hebben? Denk je er geld mee te kunnen verdienen? Of om zo geen fret erbij te hoeven kopen? In dat geval zul je toch eens bij jezelf te rade moeten gaan! Bedenk je goed of alle risico's en kosten het waard zijn om deze stap te nemen!

Gerespecteerde en ervaren fokkers zullen dit soort fokpogingen niet echt waarderen, ténzij je alles in je macht hebt gedaan om zoveel mogelijk informatie en ervaringen bij elkaar te verzamelen als je kunt, geruime ervaringen hebt met het verzorgen van fretten en de ouderfretten niet zomaar inzet omdat je ze toevallig al hebt.

Voorbereiding

De voorbereiding is eigenlijk nog het belangrijkste stadium wat betreft het willen fokken met fretten.

  1. Het allermeest belangrijke hierin is is informatie zoeken. En dat wil nog niet eens zeggen alle mogelijke websites bekijken die iets te maken hebben met fokken, maar ook zovéél mogelijk ervaringen vragen bij bekende goede fokkers (let op niet elke bekende fokker is ook daadwerkelijk goed). Hier steek je namelijk nog het meeste van op. Informatie vinden is niet gemakkelijk! Er bestaan weinig boeken er artikelen over het fokken met fretten, en je zult dan ook je meeste informatie regelrecht bij fokkers vandaan moeten halen en hier ook al je vragen stellen. Wat betreft het inlezen moet je minstens 3 maanden uittrekken, want je komt iedere keer weer nieuwe dingen tegen die je dan toch nog niet blijkt te weten. Een belangrijk punt van inlezen: genetica! Het is logisch dat fokken alles te maken heeft met het doorgeven van genen en zo goede en gezonde dieren te fokken. Toch houden de meeste fokkers zich hier nog nauwelijks mee bezig, dus zorg dat je hier je eigen weg in vindt. Onderschat de moeilijkheid van deze informatie niet! Je moet hiervoor biologisch (erfelijkheid) inzicht hebben en de meeste informatie zul je in het buitenland vinden. Taalkennis is hier dus ook zeker voor nodig. Weet wat je doet wanneer je 2 fretten kruist! Zoek alle mogelijke informatie op die je kunt vinden over achtergrond van de ram en het moertje en doe zoveel mogelijk navraag hierover. Ga niet experimenteren met kleuren maar verdiep je in de genetische problemen die elke kleur met zich mee brengt. Een klein deel van deze informatie kun je bij mij vinden op deze pagina.
  2. Zorg ervoor dat beide partijen adv getest zijn d.m.v. de CIEP test. En niet alleen het moertje en de ram, maar ook alle andere fretten die de eigenaar in huis heeft. Na deze adv test is het van groot belang dat je geen risico's meer neemt wat betreft deze ziekte, dus zorg dat je geen contact meer hebt met fretten van buitenaf. De adv test kun je het beste aan het begin van het jaar uitvoeren, nog voordat de moertjes loops gaan worden. Denk aan januari/februari.
  3. Beide ram en moertje zijn geënt met nobivac puppy dp, als pup 2 maal en daarna jaarlijks.
  4. De financiën. Wees je zéér bewust van de kosten van een nestje! En je zult deze kosten moeten voorschieten, want het geld voor de pups krijg je pas aan het einde van de rit.
    • Een adv test is vaak prijzig (bij dierenartsen al snel vanaf € 50 per fret).
    • Zorg dat je altijd geld achter de hand hebt in het geval van complicaties (denk aan minimaal € 200 per moertje).
    • Daarnaast moeten er misschien nieuwe kooien komen. Een dekram heeft namelijk een aparte huisvesting nodig van de rest van de fretten, en het moertje moet 1 à 2 weken voor de bevalling ook een aparte kooi tot haar beschikking hebben tot aan dat de pups van huis weg mogen. Kijk voor de inrichting onderin deze pagina onder huisvesting van de pups.
    • Gebruik je een externe dekram? Dan zul je hier waarschijnlijk ook dekgeld aan kwijt zijn.
    • Daarnaast heb je veel geld nodig voor de bijvoeding van de pups, die zij vanaf een week of 3-4 krijgen. Bijvoeding is vaak alles behalve goedkoop en het grootste gedeelte van je financiën gaat hier dan ook inzitten. Zij moeten elke dag tot 2 maal daags bijvoeding krijgen van hoge kwaliteit. Lees meer onder voeding.
    • Daarnaast is het allerminst verkeerd om de pups alvast met hun eerste enting naar hun nieuwe eigenaren te laten gaan. Hiervoor moet je soms prijsafspraken maken met je dierenarts. Pups mogen vanaf 6 weken geënt worden mits zij gezond zijn. Tegenwoordig worden de pups bij sommige goede fokkers ook gechipt voor zij weg gaan. Als verantwoordelijke voor de gefokte pups is dit zeker niet onbelangrijk, want dit is een manier om te verkomen dat jouw pups in opvangen belanden en uiteraard ook een stukje kwaliteit voor op de stamboom. Dit kun je bij behoorlijk wat frettery's en opvangen laten doen inmiddels voor € 15 (zo ook bij mij). Mocht je willen weten wie dit bij jou in de buurt kan kun je contact met mij opnemen.
  5. Eén nestje neemt vreselijk veel tijd in beslag. Vooral wanneer de moeder stopt de ontlasting van de pups op te ruimen. Het is niet ongebruikelijk dat je twee keer per dag de complete kooi zult moeten schoonmaken en soppen. Denk daarbij aan frettenvoer en poep door het complete hok. Stel je eens voor dat jij terugkomt van je werk, mama en pups lekker in de schone nestbox liggen te slapen die jij ze die morgen hebt gegeven, maar de rest van de kooi een ravage is! Het is dus écht niet altijd zo leuk om pups te hebben. Daarnaast hebben de pups dagelijkse training nodig en socialisatie. Ook pups van enkele weken oud hebben tandjes, scherp als naalden! Ook zij kunnen, expres of per ongeluk, flink bijten!
  6. Daarnaast is het van belang dat je geïnteresseerden hebt voordat de pups komen, en dat diegenen ook daadwerkelijk verstand hebben van fretten en weten waar ze aan beginnen. Je zult ze moeten uitleggen wat het inhoud om een pup te moeten opvoeden in veel gevallen. Wees je ervan bewust dat je het risico loopt dat je de pups zult moeten terugnemen als het toch niet wil lukken bij de nieuwe eigenaren. Het krijgen van een nestje stopt dan ook niet wanneer de pups het nest verlaten! Met je nazorg zul je ook nog flink wat tijd kwijt zijn. Fokkers zouden in principe geen enkele invloed moeten hebben op de opvangen. Als je de pups niet kwijt kunt, dan zou dat een reden moeten zijn om te realiseren dat je misschien eens wat zou moeten minderen!
  7. Het is niet verkeerd een moertje achter de hand te houden ergens bij jou in de buurt die een paar dagen voor jouw eigen moertje moet bevallen, mocht je zelf geen meerdere nestjes krijgen. En zelf als dit het geval is: zorg dat je meerdere opties hebt! In het geval dat het moertje haar pups dan negeert of niet genoeg, te weinig kwaliteit of helemaal geen melk geeft, kun je overwegen om de pups over te leggen naar het moertje die dan al pups heeft. Moertjes accepteren andere pups meestal moeiteloos. Echter is het wel van belang dat het andere moertje zelf daardoor niet teveel pups op haar hals krijgt, en daarom is het belangrijk meerdere opties te hebben. Pups moeten in dit soort gevallen snel overgelegd worden, haast is dus geboden, en een fokker die een beetje in de buurt woont ook! Je moet gewillig zijn op alle mogelijk tijden hier naartoe te kunnen rijden, hier de mogelijkheid toe hebben, en uiteraard moet de andere fokker dit ook willen.
  8. Heb je een goede dierenarts? Eén die verstand heeft van fretten en goed op de hoogte is van de voorplanting en de problemen hierbij onder dieren? Zo niet: neem samen met je dierenarts rustig de tijd om dit alles uit te zoeken. Het is tenslotte ook niet niets voor de dierenarts. Hij/zij moet paraat willen staan 's avonds en tijdens het weekend en bijtijds op de hoogte zijn van de uitgerekende datum. Een goede tip hiervoor is: plan je nestjes doordeweeks, bijvoorbeeld dinsdag of woensdag, zodat mocht ze over tijd zijn je niet in het weekend zit.

De risico's / Wat kan er mis gaan:

  • Moertjes hebben een behoorlijke grote kans op schijndracht en de eerste dekking in het jaar mislukt ook dikwijls. Schijndracht is niet te onderscheiden van echte dracht, en bij twijfel is het aan te raden om röntgenfoto's te laten maken.
  • Het is meestal de eerste dekking van het jaar, voor elke ram, die mislukt (schijndracht). In het seizoen zitten is hiervoor van erg groot belang, dek niet te vroeg in het jaar! En zorg daarnaast dat het moertje 2 à 3 weken loops is voor je haar dekt.
  • Moertjes die voor het eerst werpen, hebben soms wat problemen met de nageboorte en bijten soms per ongeluk een pootje of staartje eraf. Veel pups overleven een antibiotica kuur nog niet en zullen hieraan overlijden.
  • Een moertje kan overlijden als gevolg van de dracht. Dit is mijzelf ook eens bijna overkomen (zie het nest van Lot uit 2006 in het frettery gedeelte).
  • Een deel van de pups uit het nest overleeft het vaak niet. Hoe goed je voorzorgsmaatregelen ook zijn.
  • Er kunnen dode pups, of alleen maar dode pups geboren worden. Onduidelijk is wat hiervan de oorzaak is. Is het echter zo dat verschillende vrouwtjes dode pups baren terwijl zij door hetzelfde mannetje gedekt zijn dan is het verstandig niet verder door dit mannetje te laten dekken.
  • Het moertje kan haar pups negeren. Dit kan omdat het haar eerste nest is, omdat zij bijvoorbeeld doof is en haar pups niet kan horen omdat u of anderen er aan gezeten hebben of om andere redenen.
  • Een te klein nest kan zorgen voor: moeilijke bevalling, gebrek aan moedergevoelens, tekort aan moedermelk.
  • Een baarmoederontsteking komt vaker voor dan gedacht.
  • In geval van nood kan het zo zijn dat het moertje de pups doodbijt. Zorg dan ook voor een rustige omgeving en ga niet onnodig aan de pups zitten in de eerste 2 weken.
  • Ben je verkouden zorg dan dat je uit de buurt blijft van het moertje en de pups. Voorkom dat je ze aansteekt. Heb altijd een tweede persoon achter de hand voor de verzorging.
  • Bevallingen kunnen misgaan. Soms begint een moertje überhaupt niet met bevallen of heeft problemen tijdens de bevalling. Informeer van tevoren naar een dierenarts die goed bekend is met fretten.
  • Onvoldoende weeën, dwarsligging, baarmoederontsteking, enzovoort kunnen ook bij fretten voorkomen. Bij een baarmoederontsteking of te weinig pups loopt de moedermelk terug. Bij een klein nest of vroegtijdig overlijden kan het moertje binnen 2 weken weer loops zijn!
  • Een moertje kan geen, niet genoeg, of niet voldoende kwaliteit melk produceren.
  • Bevallingen kunnen op de raarste tijden beginnen, en dus ook de complicaties. Je dierenarts en back-up moertje / fokker moeten bereidt zijn op deze tijden in te willen springen. Daarnaast moet je vrij kunnen vragen van je werk zonder problemen om het moertje te kunnen ondersteunen hierin.
  • Mislukt het overleggen, of heb je stomweg er niet aan gedacht een back-up te hebben, moet je gewillig zijn de pups elke 4 uur te voeren, ook 's nachts. Kijk voor meer informatie onderaan bij verzorging van moederloze pups.
  • Een moertje kan melkklierontsteking krijgen, dit vrij veelvoorkomend bij fretten! De pups raken hierdoor geïnfecteerd met bacteriën en het merendeel overleefd het vaak niet. Zelfs het moertje kan hieraan overlijden!
  • Haal geen vreemde fretten in huis! Een zwanger moertje kan hierdoor spontaan aborteren.
  • Ook andere zwangere moertjes kunnen spontaan gaan aborteren als er een ander moertje al pups heeft (dit om mede voor die pups te kunnen zorgen).
  • Moertjes met pups kunnen flink pittig zijn. Zelf de liefste moertjes kunnen flinke krengen worden. Moertjes kunnen fel reageren als je haar en haar pups stoort en dit komt vaker wel voor dan niet. Vitaminepasta kan ik dat geval uitkomst bieden of iets anders lekkers, om haar af te leiden. Probeer verder respect te hebben voor haar taak als moeder.
  • Complicaties kunnen onzichtbaar zijn (de fret laat niets merken). Ken daarom je fret! Ze mag nooit suf maar moet attent reageren. Misschien zal ze niet in tralies klimmen als reactie of iets dergelijks, maar moet wel helder en nieuwsgierig opkijken.

De keuze van de ouders

Baseer de keuze van de fretten die je wilt gebruiken voor een nestje in de volgende volgorde:

  1. Gezondheid van de fret: speur zoveel mogelijk terug in de lijn en vraag zoveel mogelijk over het nest waar de fret uitkomt, ouders, grootouders, overgrootouders, tantes en ooms noem het maar op. Hoe oud zijn ze geworden, waaraan zijn ze gestorven, zijn er bekende ziektes in de lijn? Dit zijn allemaal vragen die je moet stellen. Verder moet de fret zelf een goede lichamelijke conditie hebben, de vacht ziet er losjes en vol uit, heeft geen oormijt, ziet er goed gevuld uit. De fret is aantoonbaar geënt en adv getest, bij voorkeur ook gechipt.
  2. Karakter van de fret: de fret is goed hanteerbaar, zachtaardig van karakter en laat zich ten alle tijden makkelijk zonder strijd oppakken. De oorspronkelijke opvoeding van de fret moet praktisch niet aanwezig zijn geweest. Bij voorkeur is de fret goed nieuwsgierig, kan met alle fretten goed overweg, is niet gevoelig voor stress of trauma's en is goed speels. Karakter geeft in erfelijkheid flink door op de pups! Een fret die hiervan afwijkt voor de fok inzetten levert een pittig nest op! Maar 1 à 2 pups uit ieder nest zijn uiteindelijk geschikt voor de fok. Dat zijn er gemiddeld 1 op de 10.
  3. Kleur en bouw van de fret: fok je op een bepaalde bouw? Klein, groot, neus, oren, manier van staan. Dit zijn zaken waar je op let. Fok je op een bepaalde kleur? Uiteraard moet deze zo goed mogelijk aan de standaard die hiervoor staat voldoen.

Als je deze punten naloopt zal maar 1 op de 10 fretten geschikt zijn voor de fok. En fok je op kleur? Dan zal dit zelfs nog verder dalen. Fokkers die op kleur fokken houden zich helaas als eerste met de kleur bezig, daarna pas met de lijn en eventuele ziektes en daarna pas met het karakter. Volg hen niet in hun voetsporen! Een goede fokgeschikt fret met een speciale kleur of aftekening vinden is bijna zoeken naar een speld in een hooiberg.

Het doelloos fokken van fretten is een grove fout die veel voorkomt bij beginnende fokkers, ook al betreffen dit pleziernestjes. Het nog niet voldoende ervaring hebben met de complexe genetica, afwijkingen, andere lijnen en karakters van fretten zorgen voor een versterking van vaak slechte genen. Voordat deze fout hersteld is ben je een fiks aantal generaties verder. Besef je als fokker dus goed waar je mee bezig bent als je met fretten fokt! Een fokker hoort een duidelijke fokrichting te hebben en verstand van zaken te hebben!

Genetica

Waarom genetica? Veel fokkers geloven dat dit te ingewikkeld is voor hen, of geloven dat het niet nodig is hier kennis van te hebben om goede fretten te fokken. Tot op zekere hoogte is dit waar, maar met goede kennis over de basis van genetica kun je fretten verbeteren, generatie na generatie. Het kennen van de genetica is daarom essentieel voor elke fokker die verantwoordelijk wil fokken.

Bij fretten is er nooit genetisch onderzoek uitgevoerd of gepubliceerd. Dat betekent dat men bij het leren van de genetica uit moet gaan van de basis van genetica. Er is weinig vindbaar dat specifiek over fretten gaat. De basis van genetica is echter toepasbaar op alle diersoorten en daarom ook relevant voor de fret.

Hieronder staat enkele informatie over genetica. Echter om de basis van genetica en erfelijkheid goed te kennen zul je als fokker flink op zoek moeten gaan. Een tip: het boek 'Ferret Breeding van James McKay' (2006, Engels). Deze is te koop op bol.com.

Doofheid onder fretten (Waardenburg Syndroom)

Onderzoeksresultaten
"Ferrets with a white stripe on their face or a fully white head, primarily blazes, badgers, and pandas, almost certainly carry a congenital defect known as Waardenburg syndrome. This causes, among other things, a cranial deformation in the womb which broadens the skull, causing the white face markings but also partial or total deafness. It is estimated as many as 75% of ferrets with visible Waardenburg signs are deaf. Beyond that, the cranial deformation also causes a higher instance of stillborn ferret kits, and occasionally cleft palates. Because of this, many breeders will not breed Waardenburg-patterned ferrets."

Vertaling
"Fretten met een witte streep op hun gezicht of een volledig wit hoofd, voornamelijk Blaze, Polka Dott en Panda fretten, dragen vrijwel zeker het aangeboren defect bekent als het Waardenburg syndroom. Dit veroorzaakt, naast nog andere dingen, een schedelvervorming in de baarmoeder die de schedel verbreedt met als gevolg de witte tekeningen van het gezicht maar ook gedeeltelijke of volledige doofheid. Het is geschat dat zo veel als 75% van fretten met zichtbare Waardenburg tekens doof zijn. Daarnaast veroorzaakt de schedelvervorming ook een hoger geval van doodgeboren frettenpups en zo af en toe een gespleten verhemelte. Hierdoor zullen vele fokkers niet fokken met Waardenburg-getekende fretten."

Uitleg
Het Waardenburg Syndroom gen veroorzaakt witfactor bij fretten. Het gen brengt dus een verandering teweeg bij het gen dat verantwoordelijk is voor de aftekening. Fretten met witfactor zijn o.a. Panda, Blaze, Polka Dott, Dark-eyed White, Marked White, Mitt en Roan (o.a. Silver) fretten. De ene fret draagt het alleen in hogere mate dan de andere fret.

Kort gezegd heb je 3 soorten fretten in dit verhaal:
  • fretten die geen witfactor hebben (bijvoorbeeld Wildkleur/Sable en Sandy/Champagne) en dus ook geen Waardenburg Syndroom gen dragen
  • fretten die wel witfactor hebben, die daarom ook het gen dragen, maar niet doof zijn
  • fretten die wel witfactor hebben, die daarom ook het gen dragen, maar het ook uiten

In de onderzoeksresultaten staat: "Het is vrijwel zeker dat iedere fret met witfactor het gen bij zich draagt en het wordt geschat dat 75% van deze fretten daadwerkelijk doof zijn". Onder deze 25% vallen de fretten die het gen in mindere mate dragen, onder de 75% de fretten die het in hogere mate dragen en het ook uiten.

Kleuren zoals Panda, Dark-eyed White en Marked White dragen het gen meestal in hogere mate en hebben dus meer kans om het gen ook te uiten en doof te zijn. Fretten met deze kleuren zijn in principe altijd doof. Kleuren als Blaze, Roan en Polka Dott dragen het in iets mindere mate maar het grootste deel van deze kleuren is doof.

Een voorbeeld: Je hebt 100 fretten. Een aanname kan zijn dat 40 hiervan witfactor hebben, veroorzaakt door het Waardenburg syndroom gen. Geschat wordt dat 75% van deze fretten daadwerkelijk doof zijn (vanuit de onderzoeksresultaten). Dat zijn er in dit voorbeeld dus 30 van de 40.

Erfelijkheid
Voor fretten met het Waardenburg syndroom geldt een autosomaal dominante erfelijkheid. Dit houdt in, dat 50% van het nest kans (kan dus ook meer of minder zijn) heeft om het gen bij zich te dragen. De rest van het nest zal het gen niet bij zich dragen en dus ook geen witte aftekeningen hebben. Van de ongeveer 50% pups met witfactor/Waardenburg syndroom zal maar een deel (geschat dus op 75%) het gen ook uiten en dus doof zijn. Dit kan dus 10%, 20% maar ook 30% van het gehele nest zijn.

Een voorbeeld: Er worden 10 pups geboren waarvan 1 van de ouders het Waardenburg syndroom gen draagt. 5 Pups uit het nest hebben de kans geen witfactor/Waardenburg syndroom te dragen. De andere 5 Pups hebben die kans wel. Echter is geschat dat ongeveer 75% hiervan daadwerkelijk doof is dus het aantal dove pups zou dan op ongeveer 3 kunnen zitten.

Wat duidelijk voorop moet staan, is dat fretten die wel witfactor hebben maar niet doof zijn, exact dezelfde erfelijkheid hebben als fretten die witfactor hebben en die wél doof zijn.

Wat betekent doof zijn voor een fret?
De meeste eigenaren die een dove fret in huis hebben, merken weinig verschil met hun eventuele andere fretten. Het afwijkend gedrag wat het meest op valt is dat de fret zijn omgeving meer in zich opneemt met de reuk gevolgd door het gezichtsvermogen. Een bekend verschijnsel bij dove fretten is het zo genoemde 'power sniffing' of te wel overdreven snuffelen. Een dove fret heeft net zo veel plezier in spelen en contact met mensen als een fret die wel kan horen. Het grootste probleem voor een dove fret zit hem in het contact met andere fretten. Ze kunnen mokken, piepen en blazen van andere fretten niet goed of totaal niet waarnemen, waardoor ze soms niet op de juiste wijze reageren. Dit kan eventueel tot verwarring leiden. Dit maakt dat rammen tijdens de puberteit wat feller kunnen zijn op andere mannetjes en over het algemeen dove fretten stressgevoeliger zijn als het aankomt op andere fretten. Verstandig is dus om een fret waarvan bekend is dat hij doof is in een overzichtelijke, niet te grote groep te houden. Het kan ook voorkomen dat een eigenaar niet eens merkt dat de fret doof is. Zo zou je dus de conclusie kunnen trekken dat een dove fret een net zo volledig huisdier kan zijn als een fret die wel hoort. Natuurlijk is doofheid een handicap, maar hoeft in eerste geen probleem te zijn voor de fret.

Combinatie keuze

De combinatie keuze heeft de grootste invloed op het nageslacht. Beide ouderdieren spelen een rol in wat er uiteindelijk voor pups zullen komen. Goed uitzoeken welke genetica voor beide fretten geldt is dan ook niet onbelangrijk. Niet alleen de eigenschappen van de ouderdieren worden doorgegeven maar ook die van de grootouders. Dus bij het zoeken naar de juiste combinatie is het van belang zo veel mogelijk informatie over de voorouders te verzamelen. Leer meer hierover onder keuze van de ouders op deze pagina.

Hieronder worden inteelt, lijnteelt en uitkruisen nader toegelicht.

Inteelt
Inteelt is het binnen een zelfde stam gebruik maken van ouderdieren, die nauw aan elkaar verwant zijn. Moeder, Vader, Broer, Zus, Half zus, Half broer. Inteelt versterkt, vermeerderd eigenschappen. Combinatie moeder-zoon versterkt de bloedlijn van de moeder, combinatie vader-dochter de bloedlijn van de vader. Broer-zus combinaties worden gebruikt wanneer de combinatie van vader en moeder bijzonder veel succes heeft.

De kans op fouten en gewenste eigenschappen wordt groter naar mate de ouderdieren dominanter bepaalde eigenschappen dragen. Dit is voor de gewenste eigenschappen is dit natuurlijk een ideale situatie, maar ook de ongewenste eigenschappen zullen sterker worden. In de natuur komt ook inteelt voor, maar daar zorgt de natuurlijke selectie dat zwakke dieren het niet overleven en zich dus ook niet verder voortplanten of minder en zo uitgeselecteerd worden door deze selectie.

Lijnteelt
Lijnteelt houd in dat beide ouderdieren gezamenlijke voorouders hebben. Maar nooit in de eerste graad familie zijn van elkaar. Lijnteelt wordt al eeuwen en eeuwen gebruikt om rassen zoals men dat noemt fokzuiver te maken. Het voordeel aan lijnteelt is dat men nooit voor ongewenste verassingen komt te staan omdat redelijk zeker te voorspellen is wat het nageslacht zal zijn. Met lijnteelt kan men gewenste eigenschappen op een veiligere manier vastleggen, dan bij inteelt, omdat eigenschappen minder sterk gedragen worden. Dus ook de ongewenste eigenschappen.

Out-cross (uitkruisen)
Out-cross is het paren van 2 niet aan elkaar verwante dieren. De voordelen van out-cross zijn dat ongewenste eigenschappen minder snel zullen worden vastgelegd of naar boven komen in het nageslacht. Het nadeel hiervan is dat ook de gewenste eigenschappen minder snel vast gelegd zullen worden gelegd of zich minder goed presenteren. Het resultaat is vrijwel onvoorspelbaar en mengvormen tussen twee verschillende typen, zijn eerder mogelijk. Zeker indien beide ouders zelf het product van out-cross zijn. Een rede voor out-cross kan zijn een eigenschap te verzwakken die in een bepaalde lijn voorkomt. Meestal gaat dit om ongewenste eigenschappen. De meeste fretten in Nederland zijn out-cross gefokt.

De dekking

Een moertje moet minimaal 2 weken loops zijn om gedekt te kunnen worden. Het beste kan het vrouwtje naar het hok van het mannetje worden gebracht (om territoriaal gedrag van het vrouwtje te voorkomen). Eerst is er een kennismaking. Na een kwartiertje zal het mannetje proberen het vrouwtje te dekken, vaak is zij hiertoe bereid, zoniet dan zal ze flink van zich afbijten. Het mannetje pakt het vrouwtje flink in het nekvel en gaat er waarschijnlijk ook mee slepen. Daarom is het verstandig de paring in een kleine ruimte te laten plaats vinden. Het is wel aan te raden de dekking even in de gaten te houden omdat het er soms ruw aan toe kan gaan. De paring zelf duurt een tijdje, 20 minuten tot wel vier uur. Het vrouwtje heeft deze tijd nodig om tot ovulatie te komen. De dekking is voorbij als het vrouwtje onder het mannetje vandaan probeert te komen.

Een vrouwtje moet meerdere keren worden gedekt, meestal twee of drie keer. Er mag echter niet teveel tijd tussen de paringen zitten anders loop je het risico dat het nestje geboren wordt met een paar dagen verschil. Laat een moertje nooit langer dan 36 uur bij een ram zitten om dit aantal dekkingen te bereiken. 24 Uur is gebruikelijker. Ik laat zelf deze volledige tijd het moertje bij de ram in, zodat zij zelf kunnen bepalen wanneer het tijd is voor de volgende dekking. Tussendoor liggen ze dan heerlijk bij elkaar te slapen of eten samen wat. Echter is het gebruikelijk bij veel fokkers om het moertje weer uit de kooi te nemen en een etmaal later weer terug te zetten voor een tweede dekking. Bijvoorbeeld 's ochtends de eerste dekking en 's avonds de tweede.

Na een geslaagde dekking zal de zwelling van de vulva weer afnemen. Dit kan soms wel twee weken duren totdat de vulva weer normaal is. Het wegtrekken van de zwelling van de vulva betekend dat er een ovulatie heeft plaatsgevonden. Dit (een geslaagde dekking) is overigens nog geen garantie op pups. Er kan wel een ovulatie hebben plaatsgevonden maar dat betekent niet dat ook een goede bevruchting plaats heeft gevonden. De kans op schijndracht blijft bestaan. Kijk onder aan de pagina voor informatie.

Hieronder zie je een dekking. Je ziet duidelijk dat het moertje haar staart opzij/omhoog houdt om de ram toe te laten. In deze positie (maan) is de dekking al bezig, maar ook voordat de ram 'vast' zit zoals dit genoemd wordt doet het moertje dit al. Dit geeft aan dat zij klaar is voor de dekking.

Fretten dekking

De bronstige ram

Ben je van plan een eigen mannetje te gebruiken voor de dekking van je moertje? Denk dan even goed na waar je aan begint. Ik zelf zou het voor enkel één dekking de moeite niet waard vinden, gezien de volgende punten:

  1. De ram moet, volgens de regels, 5 à 6 maanden apart. Totale isolatie, want hij kan niet met andere fretten in aanraking komen vanwege zijn hormonale gedragingen. Ik zeg volgens de regels aangezien mijn eerste bronsttijd 10 maanden heeft geduurd... 10 Maanden lang een aparte kooi erbij
  2. En totale isolatie betekend alleen loslopen, dus een aparte 'losloopgroep'
  3. Alles dat er over zijn kooi loopt, aan fretten die op dat moment loslopen bijvoorbeeld, pakt hij waar hij ze pakken kan. Hij bijt ze in hun poten, staarten, buiken, dijen, alles wat hij te pakken kan krijgen grijpt hij. Met als gevolg dat je dus continu op moet letten dat er niets boven op zijn kooi kruipt uit nieuwsgierigheid om hard gegil en reddingsacties te voorkomen
  4. Vanwege de hormonen maken veel rammen ook rotzooi in hun kooi (niet allen dus). Denk aan bakken verschuiven, onzindelijk gedrag, doeken in poepbakken terugvinden etc
  5. Geen speelgedrag meer tijdens het loslopen maar alleen maar bezig zijn met de ruimte besnuffelen
  6. Plasspoortjes tijdens het loslopen uit hormonaal gedrag, plus opnieuw onzindelijk gedrag
  7. Aan een tuigje lopen buiten wil ook niet meer want de ram zal niets anders doen dan over de grond rollen, vooruit kom je niet
  8. Vanwege de extra aanmaak van hormonen en daarmee lichaamsvet worden bronstige rammen geel/oranje en raken dus hun mooie vacht kwijt
  9. De laatste en misschien nog wel de ergste: de geur. Een bronstige ram ruikt uitermate sterk (ook vanwege de extra aanmaak van hormonen en daarmee lichaamsvet die zeer sterk ruikt) dus is amper in een woonkamer te houden, tenzij je dit niet erg vindt. Knuffelen zit er ook niet meer in want dan kun je gelijk andere kleding aantrekken. Wassen helpt niet, na 2 dagen is de geur toch weer terug en nog 2 keer zo hard

En dit alles dus 5-10 maanden lang! Denk je erover direct na de dekking hem te laten helpen? Bedenk je dan eerst nog even dat een moertje ook schijndrachtig kan zijn dus dat je de volle dracht af zult moeten wachten.

Weeg dus goed de keuze af of je een eigen ram wilt gebruiken of toch liever extern een dekking afneemt!

De dracht

De dracht duurt 40-44 dagen met een gemiddelde van 42 dagen (6 weken). Vanaf 3-4 dagen na de paring gaat het vrouwelijke geslachtsdeel (de vulva) schrompelen, dit betekent dat er een eisprong/ovulatie heeft plaats gevonden. Blijft de vulva koffieboon groot dan kan het vrouwtje opnieuw gedekt worden want er is niets gebeurd. Dat er een eisprong heeft plaats gevonden wil nog niet zeggen dat de dekking geslaagd is. Als de bevruchting niet goed is verlopen wordt het fretje namelijk schijndrachtig.

Drachtige fret Vanaf 3 weken kan door het voorzichtig voelen in de buik worden vastgesteld of het fretje drachtig is. Dit lukt tot op een dracht van 4 weken. In deze week zijn de pups exact groot genoeg om ze te kunnen voelen (het voelt aan als bonen) en nog niet te groot zodat er geen speling meer is. Na 4 weken is dit wel het geval en is het voelen een stuk moeilijker en alleen weggelegd voor zeer ervaren fokkers en dierenartsen.

Zet een drachtig vrouwtje ruim voor de bevalling (minstens 1 week) apart. Het vrouwtje zal gaan verharen, ze krijgt dan een dunnere vacht. Twee weken voor de bevalling zal zij een goede plaats voor het nestje kiezen. Het is daarom ook het makkelijkste om haar ook 2 weken voor de bevalling apart te zetten. Veel moertjes vertonen dan ook een soort moedergedrag, bijvoorbeeld slepen en wassen van een andere fret. De dagen voor de bevalling zal de fret zich kalm en rustig gedragen.

Hiernaast zie je een moertje op 6 weken dracht (ook bij een schijndracht kunnen ze zo dik worden overigens).

De bevalling

De bevalling verloopt meestal probleemloos. Zorg wel voor voldoende rust. De aanwezigheid van de eigenaar wordt tijdens de bevalling vaak wel op prijs gesteld. De bevalling zelf duurt een aantal uren afhankelijk van het aantal pups dat geboren wordt. Het aantal ligt gemiddeld op 6 stuks, maar dat is bij elke fret verschillend. De pups worden ongeveer een kwartier tot een uur van elkaar geboren. Duurt het langer dan 1,5 à 2 uur tot de volgende pup komt en denk of weet je dat er nog pups in zitten? Ga dan met spoed naar de dierenarts. Hij kan ter plekke voelen of er nog een pup in zit en eventueel een weeënopwekker geven. Stoor je moertje zo min mogelijk tijdens de bevalling en doe alleen om het half uur een broodnodige korte check. De moeder zal de jonge fretjes schoonlikken en de moederkoek opeten. Een klein nest kan zorgen voor een moeilijke en langdurige bevalling.

De pups

Pasgeboren pups

Pasgeboren fretten zijn vrijwel naakt met enkele fijne witte haartjes:

Pasgeboren frettenpups

De dieren die later de Wildkleur krijgen, hebben, in tegenstelling tot de Albino's, een donkere lijn rond de rand van hun gesloten ogen. Ook is er vaak al wat verschil in de huidskleur te zien. Hieronder zie je een Wildkleur pup en een Albino pup:


De pups wegen 7-10 gram. Direct na de geboorte is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes al duidelijk. De afstand van de geslachtsopening tot de anus is bij mannetjes namelijk veel groter dan bij de vrouwtjes. Hieronder zie je links een ram en rechts een moer. Bij het rammetje zie je onder de navel nog een extra bultje zitten met in het bultje een gaatje. Bij het moertje loopt het onder de navel strak door en heb je boven de anus een extra gaatje. Beide pups zijn overigens wildkleur.


Geel = de navel
Rood = het geslachtsdeel

De pups worden kaal en blind geboren. Ze maken zachte piepgeluidjes om de aandacht van de moeder te trekken. Het vrouwtje zal de pups dicht bij elkaar houden, wegkruipende pups worden weer terug gehaald. De moeder herkent haar pups aan de geur en weet zo dat het bij haar hoort. De eerste week is het meest kritiek. In de eerste week overlijden vaak een paar pups uit het nestje.

Huisvesting

Moeder en pups hebben een rustig onderkomen nodig, zeker de eerste weken na de bevalling is dit belangrijk. De aanstaande moeder zal in de laatste 2 weken voor de bevalling een mooi plekje gaan zoeken om de kleintjes ter wereld te brengen (dit is ook de reden waarom je haar al vóór de bevalling apart zet). Het makkelijkste voor moeder en pups is een kleinere kooi die niet in de hoogte gaat (zoals begrijpelijk kunnen de pups zich om die manier niet voortbewegen. Het beste is dus een kooi van ongeveer 1 meter lang en 50 cm diep en hoog (konijnenkooi). In de kooi zet je een mand of bak met doeken erin, dit is het nest (doe geen gigantische doek erin maar hou je hierbij vooral in: moeder kan anders de pups tussen de doek(en) kwijtraken en de pup kan hierdoor onderkoelt raken of stikken). Verder zet je een poepbak (met een lage instap voor de pups) en een etensbakje en drinkflesje in de kooi. In het begin dient dit uiteraard alleen voor de moeder maar na een aantal weken zullen de pups hier ook gebruik van gaan maken. Hou rekening met gevaarlijke situaties en maak dus geen plateaus, buizen of een hangmat in de kooi. Doe het water ook in een fles en niet in een bakje omdat de pups mogelijk kunnen verdrinken.

Wat gebeurt wanneer?

De melkhoektandjes komen door op 2 weken. De blijvende hoektanden komen al door als de melkhoektandjes nog aanwezig zijn, op 7 tot 8 weken. Ze hebben dan tot ongeveer 10 weken een dubbele rij tandjes (zie foto hiernaast). Vanaf 3 tot 4 weken leeftijd krijgen de pups behoefte aan ander voer dan moedermelk. Lees meer onder verzorging hieronder. De ogen en oren gaan rond 4 tot 5 weken pas open (ze horen dus ook pas vanaf 4 weken!). Wanneer de oogjes open zijn kunnen de pups ook volledig met de moeder mee eten. De meeste pups blijven 8 weken bij hun moeder en gaan daarna naar hun nieuwe baasjes.

Verzorging

De verzorging van de pups gebeurt grotendeels door mama fret, zeker de eerste weken zal mama het ook niet op prijs stellen dat je je met de pups bemoeit. Veel moeders laten niemand in de buurt toe, ook hun directe verzorgers niet. Andere moertjes hebben hier nauwelijks problemen mee. Maar forceer het nooit, laat het fretje haar gang maar gaan, anders is er een grote kans dat het moertje het nestje dood bijt omdat ze zich bedreigd voelt. Laat de moeder in haar waarde en straf haar niet voor haar instinct als zij van zich af bijt!

De moeder zal de pups schoon houden door hun ontlasting op te likken. Na 4 weken doet zij dit niet meer en beginnen de pups uit hun nest te kruipen. Hun motoriek is echter dan nog niet voldoende om ook daadwerkelijk de poepbak te bereiken, maar hun instinct zegt hen al wel dat het niet in het nest thuishoort: de eerste stap naar zindelijkheid. Na 5 à 6 weken wordt de motoriek langzamerhand beter en bereiken zij steeds vaker de poepbal. Mama houdt de pups dicht bij elkaar. Een pup dat van de groep weg raakt zal in de bek genomen worden en terug worden gesleept naar de groep. Soms hindert dit de zindelijkheid van een pup. De pup loopt het nest uit om zijn behoefte niet in het nest te hoeven doen, en mama draagt hem weer terug.

Het is belangrijk om je in de eerste weken na de bevalling niet te veel met de moeder en de pups te bemoeien (anders kan ze dus de pups doden als ze een situatie te dreigend vindt). Natuurlijk moeten de moeder en de pups wennen aan de nabijheid van de mensen, de kooi moet tenslotte ook schoongemaakt worden, maar de eerste paar dagen kan dat best wel even wachten. Daarna bestaat de verzorging uit het schoonhouden van de poepbak en het regelmatig geven van schone lappen. De gebruikte lappen moet je voorzichtig verwijderen, er kan dan ook gelijk gecontroleerd worden of de pups in orde zijn. Het schoonmaken van de gehele kooi moet maar een paar weken wachten tot de pups wat groter zijn. Vanaf een week of 5 wanneer de oogjes open gaan zul je dagelijks als niet meerdere malen per dag (afhankelijk van de grootte van het nest) de kooi schoon moeten maken. Ook het bijvoeren wordt dan een fulltime job, minstens 2 en liever 3 à 4 keer per dag. Daarnaast zul je de opvoeding voor je rekening moeten nemen dus ook daar ben je druk mee.

Vanaf ongeveer 4 weken is het noodzakelijk dat je gaat bijvoeren. Voor een startende zachte voeding (hooguit één week tot ze het onder de knie hebben) kun je kiezen uit een Waltham papje (kijk voor meer informatie onder voeding) of geweekte brokjes. Je stapt zo snel mogelijk over op bijvoeding zoals rundergehakt (evt. vermengd met wat Waltham), prooidieren e.d (geef nooit varkensvlees, dit is giftig!). Dit geef je twee keer daags. Voer je ook brokken? Dan eten ze vanzelf met de moeder mee gedurende de dag. Toch moet je daarnaast flink bij te voeren met zoveel mogelijk prooidieren! Met name in nesten met meer dan 8 pups belast je de moeder anders veelte veel. Ga maar na: in de natuur zou de moeder op zo'n moment ook haar prooi meenemen het nest in voor de pups. Dit is dus volkomen natuurlijk. Het verschil tussen goed gevoede pups en pups waarvan de moeder goedkoop katten- of frettenvoer kreeg is opmerkelijk. Pups wegen soms wel twee keer zoveel op dezelfde leeftijd van een dergelijk nest. Een goede voeding en bijvoeding zorgen voor een goede start en een snellere groei.

Tot aan 5 weken is een nest dus eigenlijk zo heel veel werk nog niet, maar daarna zul jij veel werk moeten overnemen van de moeder.

Schijndracht

Als een vrouwtje gedekt wordt en er heeft een eisprong plaatsgevonden maar de bevruchting is niet gelukt, dan wordt het vrouwtje schijndrachtig. Deze schijndracht is niet te onderscheiden van echte dracht, op geen enkel punt. Alles gaat exact hetzelfde, alleen komen er rond de tijd van de bevalling geen pups. Voorbeelden:
  • de melkklieren kunnen zich ook volledig ontwikkeld hebben. Zodanig zelfs, dat een moertje jongen kan gaan verzorgen
  • bij schijndracht wordt ook een dikke buik ontwikkeld
  • het moertje zal zelfs gewicht aankomen alsof ze drachtig is

Tussen 3 en 4 weken kun je het beste voelen of er pups in de buik zitten. In deze week zijn de pups exact groot genoeg om ze te kunnen voelen (het voelt aan als bonen) en nog niet te groot zodat er geen speling meer is. Na 4 weken is dit wel het geval en is het voelen een stuk moeilijker en alleen weggelegd voor zeer ervaren fokkers en dierenartsen. Deze week leest zich vrij nauw op de dag nauwkeurig! Voel je echt niets? Dan kun je altijd nog even de dierenarts laten voelen.

Voelen is voor mij de enige manier om schijndracht uit te sluiten bij een moertje!

Afwachten resulteert niet altijd in een fijne uitkomst (zie ook het nest van Lot in 2006 onder frettery). Het is dan ook aan te raden om bij twijfel een röntgenfoto of echo te laten maken bij je dierenarts. Deze kosten bij mij beide vanaf de € 35.

Uit onderzoek is gebleken dat uit moertjes die te vroeg in het jaar loops zijn en gedekt worden of moertjes die te vroeg gedekt worden (voordat deze 2 weken loops is geweest) vaak een schijnzwangerschap ontstaat. Het is dan ook aan te raden een moertje pas vanaf maart (liever nog april) te dekken, en uiteraard zeker 2 tot 3 weken te wachten voor de dekking plaatsvindt.

Aan het einde van deze schijndracht willen deze vrouwtjes, als gevolg van hun moederinstinct, andere fretten naar hun nest slepen. Dat kan tot vechten of toch minstens enige irritatie leiden. Meestal worden moertjes na een schijndracht na een paar weken weer loops, maar dit hoeft niet persé.

Sommige mensen gebruiken ook een gecastreerd of steriel mannetje om hun vrouwtje expres schijndrachtig te maken. Hiermee kun je een schijndracht forceren. Je voorkomt dan dat ze beenmergdepressie krijgt zonder te steriliseren of een prikpil toe te dienen. Echter is een schijndracht zeer belastend voor een moertje en hier moet zowel geestelijk als lichamelijk niet licht over worden gedacht. Tijdens de schijndracht kunnen moertjes erg pinnig worden en nadien kunnen ze omdat ze geen pups hebben gekregen of geestelijk veel belasting hebben gehad een depressie krijgen. Lichamelijk is er een veel grotere kans op een baarmoederontsteking en het risico voor latere zwangerschappen is groter. Dit is dus geen geschikte manier om kosten te drukken of een nestje uit te stellen.

Pups overleggen

Soms kan het gebeuren dat je jouw pups moet overleggen naar het nestje van een ander. Meestal accepteert het moertje de andere pups zonder moeite. Belangrijk daarbij is wel dat de pups bij voorkeur dezelfde leeftijd tot niet meer dan een week leeftijdsverschil hebben. Bevallingen kunnen op de raarste momenten gebeuren, dus ook het overleggen van de pups! Hou goed in de gaten of het moertje de pups goed accepteert! Blijf er minstens een uur bij zitten, en hou het de eerste 2 à 3 dagen extra in de gaten. Als je geluk hebt hebben de pups verschillende kleuren, zo niet: dan zul je ze moeten markeren. Dit wordt vaak gedaan door middel van nagellak. Deze moet natuurlijk diervriendelijk zijn. De nagellak van de HEMA is dit. Gebruik een felle kleur (bijvoorbeeld knalroze) om het duidelijk zichtbaar te maken.

Verzorging van moederloze pups

Wanneer het niet lukt om de pups over te leggen zul je zelf de pups moeten voeden en verzorgen. Dit zeer moeilijk en in veel gevallen overlijden de pups alsnog. Wanneer de oorspronkelijke moeder nog in staat is om de verzorging te doen maar bijvoorbeeld niet de voeding dan is het ten zeerste aan te raden om dit aan haar over te laten. Het warm- en schoonhouden (o.a. om de huid gezond te houden en de bloedsomloop op gang te helpen) van de pups is bijzonder moeilijk na te bootsen.

Je kunt de pups voeden met KMR kittenmelk waaraan 1/4 deel slagroom moet worden toegevoegd om het vetgehalte te verhogen. Voer de pups dag en nacht elke 4 uur met melk op lichaamstemperatuur. Pups hebben melk nodig tot minstens 5 weken leeftijd.

De eerste 1 à 2 dagen geeft het moertje een ander soort melk genaamd biestmelk. Het drinken van biestmelk is van levensbelang voor de pups. Biestmelk bevat extra noodzakelijke afweerstoffen tegen ziektes. Wanneer een pup deze biestmelk niet vlak na de geboorte krijgt is het darmkanaal niet meer in staat de afweerstoffen op te nemen en gaat de functie van de biestmelk verloren. Wanneer je te maken krijgt met moederloze pups moet je met spoed zorgen voor een biestmelk vervanger wanneer de pups vlak na de geboorte nog niet bij de moeder hebben kunnen drinken. Neem hiervoor contact op met je dierenarts.

Zoeken

Zoeken binnen deze site
Wat staat waar?

Wat is een fret?

Introductie v/d fret
Frettenfeitjes
Misverstanden
Ben jij geschikt voor fretten?

Algemeen

Huisvesting
Verzorging
Opvoeding
Gedrag
Medisch
Voeding
∠ Natuurlijke rauwe voeding
∠ Frettenbrokken
Reizen en vakanties
Fretten met andere dieren
Activiteiten met je fret
Overleden maatje
Frunzen
Veelgestelde vragen

Aanschaf

Voorbereidingen
Belangrijke beslissingen
Aanschaf volwassen fret
Aanschaf pup
Aanschaf maatje

Ervaren

Frettenkleuren
Voortplanting en fok
Fretteren

Overig

Frettennamen
Frettencode

Home | Forum | Nieuwsbrief | Contact

© 2011 Lelibel. All rights reserved.